Adviezen
2016
Hypothecaire kredieten – Uitvoering kredietovereenkomst - AfrekeningLees meerBij notariële akte van 3 februari 2010 ging verzoeker bij de bank een lening aan met een looptijd van 24 jaar voor een bedrag van 175.000 euro aan een interest van 6,05 % per jaar.
Verzoeker gaat niet akkoord met de afrekening van de verwijlinteresten.
Voorts doet verzoeker opmerken dat het bedrag van de verwijlinteresten hem nooit is meegedeeld.
Op grond van deze argumenten vraagt verzoeker aan de notaris om aan de bank een bedrag van 149.408,14 euro te betalen, wat 2.530,61 euro te weinig is.
Omwille van de onvolledige betaling, weigert de bank handlichting te verlenen en beschouwt zij de door verzoeker gedane terugbetaling als een gedeeltelijke vervroegde terugbetaling.
Sparen – Spaarrekening – Beëindiging/AfsluitingLees meerIn maart 2015 heeft de verzoeker een nieuwe rekening geopend bij het kantoor van de bank X.
Begin april 2015 gaf hij aan de bank X de opdracht om zijn spaarrekening bij de bank Y af te sluiten en een bedrag van 11.800,85 euro over te schrijven naar zijn nieuwe rekening bij de bank X. Deze laatste heeft aanvaard om deze opdracht uit te voeren en heeft een niet-aangetekende brief verzonden aan de bank Y, met het verzoek om dit bedrag over te schrijven op de rekening van verzoeker bij de bank X.
Naar alle waarschijnlijkheid werd deze brief onderschept door een fraudeur, die het rekeningnummer van de begunstigde verwisselde met een rekeningnummer bij de bank Z. Bovenaan deze brief staat niet de naam van de verzoeker vermeld, maar wel die van een andere persoon. De bank Y heeft de rekening van verzoeker afgesloten en het bedrag van 11.800,85 euro overgeschreven op de rekening van de vermoedelijke fraudeur.
Investissements – Fonds de pension – Titres – Comptes titresLees meerLe requérant était client d’une agence bancaire à Bruxelles et, compte tenu d’un apport important de liquidités, cette agence l’a dirigé, en mars 2015, vers la banque privée afin d‘avoir un service plus adapté et personnalisé.
Le 11 mars 2015, le requérant conclut une convention patrimoniale et une convention d‘investissement assisté concernant un seul produit, un fonds de fonds. Son profil est neutre, ce qui signifie que la proportion d’actions tolérée est de maximum 50%. Les comptes-vue et titre liés à ces conventions sont également ouverts à cette époque.
Le 30 mars 2015, le requérant a déposé une somme de 135.000€ en liquidités et 2.490,239 parts de ce même fonds dont il disposait auparavant. Il a immédiatement investi les liquidités dans ce fonds, sur le conseil de son private banker, soit au total une somme de 427.279,35€ dans un même et seul fonds.
En juin 2015, diverses informations sont adressées au requérant. Ensuite, il prend contact avec son banquier, début juillet 2015, pour évoquer le risque lié à la crise grecque et celui-ci l’invite à ne pas céder à la panique et à ne pas vendre. Compte tenu de sa demande, fin août 2015, le banquier invite le requérant à le recontacter et les parts sont toutes vendues, avec une perte de 43.860,86€.
Après cette vente, le banquier continue à informer le requérant et lui conseille d’investir de manière plus diversifiée mais il a subi une perte importante et en novembre 2015, échaudé par sa perte et également du changement de stratégie d’investissement, le requérant introduit une plainte afin que la banque intervienne, estimant que le changement de l’agence vers le Private Banking lui a été défavorable et que la stratégie d’investissement est incohérente : d’une part, on lui a conseillé de tout investir dans un seul produit et ensuite on lui conseille d’investir de manière plus diversifiée.
Crédit à la consommation – Exécution du contrat – DécompteLees meerLe demandeur a conclu un prêt à tempérament avec la banque, le 29 janvier 2001, à concurrence d’un montant principal de 8.056,54 euros. Le dernier paiement a été effectué le 31 mai 2002.
Ce prêt a été dénoncé le 2 juillet 2002 et est devenu totalement exigible.
Des retenues sur salaire ont été mises en oeuvre jusqu’en décembre 2015. En août 2015, la banque a adressé une lettre de mise en demeure par voie d’huissier pour réclamer un solde de 4.416,65€. L’épouse du demandeur, intervenant comme caution solidaire, a formulé oralement une proposition de remboursement de 30 euros par mois mais cette proposition n’a pas été respectée.
Paiements - Comptes de paiements – Cartes – Opérations contestéesLees meerLe 2 août 2016 vers 13.18, la demanderesse s’est rendue dans une grande surface à Bruxelles et a payé ses achats en espèces. En rentrant chez elle, elle s’est rendu compte que son portefeuille lui avait été dérobé et elle a appelé immédiatement son banquier. Celui-ci lui a conseillé d’appeler Card Stop pour signaler la disparition de sa carte. La carte a été bloquée à 15h27. Elle a déposé plainte le 4 août 2016.
2015
Exclusion des clients américains – FATCA – principe de non-discrimination.Lees meerLe 25 avril 2014, la banque a adressé au requérant un courrier standard relatif à une nouvelle législation fiscale adoptée aux Etats-Unis : le Foreign Accounts Tax Compliance Act adopté dans le cadre du vote de la loi Hiring Incentives to Restore Employment Act par le Congrès laquelle a été signée par le président Obama le 18 mars 2010 (Ci-après, la loi FATCA).
Le courrier du 25 avril 2014 informe le requérant que ses avoirs en comptes rentrent dans le champ d’application de la loi FATCA. En l’espèce, l’application de la loi FATCA est la conséquence de la double nationalité du requérant (belge et américaine).
Dans son courrier la banque signale qu’elle entend, pour cette raison, mettre un terme à la relation avec le requérant moyennant un préavis de deux mois. La banque invite le requérant à lui retourner pour le 10 juin au plus tard, un formulaire avec les instructions pour transférer le solde de ses comptes dans une autre banque. La banque précise qu’à défaut d’instruction dans le délai fixé, elle transférera les avoirs auprès de la Caisse de dépôt et consignations.
La banque signale en outre dans ce même courrier que les comptes pourraient subsister en ses livres si le requérant choisit de renoncer à sa nationalité américaine et la banque lui communique à cet effet certains renseignements quant à la procédure à suivre.
Uitsluiting van Amerikaanse cliënten – FATCA – non-discriminatiebeginsel.Lees meerOp 25 april 2014 heeft de bank de verzoeker schriftelijk meegedeeld dat ze zich, in toepassing van de nieuwe FATCA wetgeving, verplicht ziet zijn zichtrekening te sluiten wegens zijn Amerikaanse geboorteplaats.
Op 3 juni ontvangt hij een aangetekende brief die meldt dat zijn rekening zal worden afgesloten op 10 juni 2014. Hij verklaart dat hij de brief van 25 april niet had ontvangen.
Vanaf 25 juni 2014 werden zijn betalingen per mastercard geweigerd.
Aangezien hij enkel geboren is in Amerika, meent hij dat het te ver gaat dat de bank hem om deze reden weigert een rekening aan te bieden en een opzegtermijn van slechts 5 dagen hanteert. Hij acht de maatregelen onterecht en voelt zich gediscrimineerd.
In het kader van de bemiddelingsprocedure heeft de bank met een brief van 14 juli meegedeeld dat de verzoeker mits invullen, ondertekenen en dateren het formulier W-8BEN en ontvangst ervan door de bank, niet langer onder de FATCA wetgeving zou vallen. De verzoeker heeft deze oplossing geweigerd.
Uitsluiting van Amerikaanse cliënten – FATCA – non-discriminatiebeginsel.Lees meerOp 25 april 2014 heeft de bank de verzoekers schriftelijk meegedeeld dat ze zich, in toepassing van de nieuwe FATCA wetgeving, verplicht ziet de zicht- en spaarrekening op naam van verzoekers af te sluiten wegens de Amerikaanse geboorteplaats van de echtgenote van verzoeker.
Aangezien zij enkel geboren is in Amerika, meent verzoekster dat het te ver gaat dat de bank haar om deze reden weigert een rekening aan te bieden en slechts een opzegtermijn van één maand hanteert. De verzoeker (echtgenoot) vroeg telefonisch of het mogelijk was dat de rekeningen zouden blijven bestaan op zijn naam alleen en dat de gegevens van zijn echtgenote zouden worden geschrapt .
Om technische redenen was dit niet mogelijk. Een nieuwe rekening op naam van verzoeker en zonder volmacht voor zijn echtgenote zou kunnen geopend worden, maar die oplossing beantwoordt niet aan de wensen van de verzoekers.
De bank heeft een opzegtermijn van 2 maanden, zoals bepaald in de algemene voorwaarden van de bank, gegeven en de opzegperiode eindigde op 24 juni 2014, zoals meegedeeld in de brief van 28 mei 2014. De bank wachtte de instructies van de verzoekers af.
De verzoekers achten de maatregelen onterecht en voelen zich gediscrimineerd. Zij vragen zich af of deze gedraging een systematische uitsluiting van de financiële dienstverlening zal geven.
Octroi carte de crédit sans accord du cotitulaire – articulation de clauses créant un déséquilibre manifeste – caractère abusif.Lees meerLe 27 novembre 2008, la requérante et son compagnon ouvrent un compte dans les livres de la banque. Ils signent le document d’ouverture de compte et un formulaire intitulé « pouvoir de gestion ». Ce formulaire précise que les titulaires se donnent mutuellement procuration pour faire fonctionner le compte sous la seule signature de l’un d’entre eux. Ce document confère en outre, à chacun des titulaires, le pouvoir de : Emprunter toutes sommes, conclure et utiliser toute ouverture de crédit et constituer toutes garanties et sûretés au profit de la banque, étant entendu que la banque se réserve à sa convenance, d’exiger en ces matières la signature du titulaire.
Le couple semble s’être séparé dans le courant de l’année 2013. La requérante affirme avoir sollicité la clôture du compte commun mais n’est pas en mesure de démontrer cette affirmation et la banque n’a pas trouvé trace d’une telle demande.
Le 26 juillet 2013, le compagnon de la requérante obtient de la banque une carte VISA avec une limite d’utilisation à 2.000 €. Il est prévu que les dépenses faites au moyen de la carte, seront débitées du compte commun.
Misbruik kaart door ex-vriend – onvoorzichtigheid maar geen grove nalatigheid.Lees meerVerzoekster is houdster van een bankkaart. Op zaterdag 28 juni 2014 heeft zij tijdens het boodschappen doen in het warenhuis haar kaarthouder verloren met daarin onder meer haar identiteitskaart en haar bankkaart. Zij heeft dit op 30 juni 2014 ontdekt en zij heeft nog dezelfde dag Card Stop hiervan op de hoogte gebracht. Haar bankkaart werd geblokkeerd op 30 juni 2014 om 16u57. De laatste verrichting die verzoekster zelf met haar bankkaart heeft gedaan, was in datzelfde warenhuis op 28 juni 2014 omstreeks 17u30.
Op 1 juli 2014 heeft verzoekster zich tot haar bankkantoor gewend, waar zij vernomen heeft dat er tussen zaterdag 28 juni 2014 om 20u03 en maandag 30 juni 2014 om 16u33 met haar verloren bankkaart geld werd afgehaald en aankopen werden gedaan voor een totaal bedrag van 1120 euro. De eerste betwiste geldafname gebeurde op 28 juni 2014 om 20u30, en dit onmiddellijk met de correcte geheime code.